Spelen ontstaat vanuit het niets en er is niet veel voor nodig. Je dreumes bijvoorbeeld, vermaakt zich goed met een pan en een pollepel. Of soms enkel met een papiertje.
Bij een dreumes draait alles om zijn eigen persoontje. Hij heeft geen anderen nodig om zich te vermaken en kan zich ook niet in anderen verplaatsen. Het besef van zijn eigen ik bloeit volop, hij is het centrum van het universum.
Delen of op zijn beurt wachten is onbespreekbaar, daar is hij gewoonweg nog niet aan toe. Na het tweede jaar verandert dit. Hoewel je kindje dan nog steeds op zichzelf is gericht, raakt het geïnteresseerd in anderen en wat zij doen.