Je kindje krijgt steeds meer een eigen willetje. Dit kan natuurlijk botsen met die van een vriendje of vriendinnetje. Omdat je kindje zichzelf nog als centrum van de wereld ziet, zal hij weinig oren hebben naar de wil van een ander kindje. En als de botsing een feit is, dan is je kindje nog niet in staat om onder woorden te brengen wat hij wel of niet wil. Dit is het moment dat je kindje misschien overgaat tot de fysieke aanval. Niet leuk, maar het hoort er allemaal bij.
Je kind weet niet dat hij een ander hiermee pijn doet. Hij kan zich immers nog niet in iemand anders verplaatsen. De uitroep ‘au!’ zegt je kind niet veel, het hoort waarschijnlijk gewoon bij het slaan. Maar niets is natuurlijk minder waar.
Wanneer er geslagen en geschopt wordt wijs jij je kind erop dat elkaar pijn doen niet de bedoeling is. En waarschijnlijk zul je dit nog honderd keer moeten herhalen, maar op een gegeven moment valt het kwartje wel. Vergeet daarbij niet duidelijk aan te geven hoe het wel moet. Dat je bijvoorbeeld aardig vraagt om een speeltje en het niet zomaar afpakt.