Hartstikke leuk, een tweeling.
Je kinderen hebben altijd een maatje in de buurt. Met deze tips zorg je ervoor dat ze hun eigen persoonlijkheid ontwikkelen.
Als je over je kinderen praat, gebruik dan hun namen in plaats van dat je het altijd over ‘de tweeling’ hebt.
Doe eens iets exclusief met één van je kinderen. Dus neem ze niet altijd allebei op sleeptouw, maar pik er om en om eentje uit om iets leuks mee te doen.
Een tweeling kan qua ontwikkeling een tijdje gelijk opgaan, maar honderd procent hetzelfde zijn ze natuurlijk niet. Beschouw ze als individuen en ontdek waar ze allebei behoefte aan hebben. En als bijvoorbeeld de één altijd antwoord geeft voor de ander, zorg er dan voor dat je het stillere kind ook uitdaagt om zich te laten horen.
Druk geen stempel op je kinderen. Dit geldt natuurlijk voor alle kinderen, maar bij een tweeling is de kans groter dat je zegt: Jip is driftiger dan Joost. Soms komen ze maar moeilijk van dit etiket af.
Voor een kind (en speciaal voor een tweelingkind) is het belangrijk dat hij ontdekt waar z’n talent ligt. Benadruk waar ze afzonderlijk goed in zijn. Dus niet vergelijken, maar geef ze allebei complimenten.
De omgeving heeft er vaak een handje van om ‘de tweeling’ kunstjes te laten doen of eindeloos naar de tien verschillen te zoeken. Handig om eens met de familie en/of vrienden te bespreken dat ze daar rekening mee moeten houden!
Vergeet de andere kinderen in het gezin niet! Een tweeling krijgt altijd veel aandacht. Omdat ze zo vaak met z’n tweeën zijn, kunnen andere gezinsleden zich buitengesloten voelen. Neem dus eens één van de tweeling mee met je andere kind.
Je kunt de kinderen in dezelfde klas doen, maar dat is niet altijd handig voor de leerkracht. Bij elkaar op de kamer slapen is geen probleem, tenzij ze elkaar natuurlijk uit hun slaap houden.