'Driftbuien kunnen nu heel heftig worden. Alles wordt uit de kast getrokken: zelfs kokhalzen, of – niet fijn – de adem inhouden. Ga gewoon de kamer uit als je je kind rood aan ziet lopen. Je driftige peuter zal zo stomverbaasd zijn, dat je niet reageert terwijl hij weigert te ademen, dat hij geen andere keuze heeft dan ermee te stoppen.
Kinderen zijn nu oud genoeg om ze even op de gang te zetten, als ze erg driftig worden. Waarschuw je peuter eerst, dat hij de kamer uit moet als hij niet ophoudt met het rondsmijten van autootjes. Gaat hij na twee keer waarschuwen toch door, zet hem dan op de trap. Daar kan hij even afkoelen. Een vuistregel hierbij is dat je je kind zoveel minuten als hij jaren heeft, laat zitten. Dus een kind van twee, twee minuten en een kind van drie, drie minuten.
Wat ook nog wel eens wil helpen bij een driftige peuter, is hem een goed alternatief bieden. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik wil niet dat je zo gilt, maar je mag wel op de vloer stampen’. Met een beetje geluk verandert een beginnende driftbui zo in een leuk spelletje.'