Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Spraakontwikkeling peuters

Spraakontwikkeling peuters
Het brabbelen verdwijnt en het echte praten begint. Nu je kind een peuter is geworden, gaat hij steeds duidelijker spreken en leert hij steeds meer nieuwe woorden.

Spraak 2-3 jaar

Vanaf ongeveer de tweede verjaardag zal je zoon of dochter steeds beter te verstaan zijn door de omgeving. Vooral de medeklinkers kan je kind steeds beter uitspreken. Dubbele klinkers kan je kind nu ook zeggen, al worden deze nog wel eens omgekeerd uitgesproken (weps in plaats van wesp). Ook maakt je kind steeds langere zinnen van wel drie tot vijf woorden.

Het begrip van grammatica wordt steeds beter. Je kind begint nu hele verhalen te vertellen, al lijkt het niet altijd even samenhangend. Je kunt je peuter helpen door gerichte vragen te stellen over het verhaaltje, zoals: ‘ Met wie speelde je toen?’.

Is je kind aan het spelen, dan wordt daar waarschijnlijk gezellig bij gekletst. Zo oefent je kind spelenderwijs het praten. Jij kunt ook met je peuter oefenen door voor te lezen en samen over van alles en nog wat te praten. Bijvoorbeeld over wat je in de omgeving ziet. Maak je hierbij expres een fout in de uitspraak dan zal je kind het heel grappig vinden om jou te verbeteren.

Je kind:

  • kent nu 400 – 500 woorden
  • spreekt steeds duidelijker
  • kan steeds beter medeklinkers uitspreken
  • ziet verschil tussen ik en jij en gaat dit ook gebruiken in de taal
  • gaat voorzetsels gebruiken (bijvoorbeeld: in, op of onder)
  • begint de verleden tijd te gebruiken (maar nog niet altijd correct: loopte jij ook)

Spraak 3-4 jaar

Je kind praat nu al behoorlijk duidelijk en heeft een grote woordenschat. Er worden steeds minder fouten gemaakt in de uitspraak. Soms wil hij of zij zoveel vertellen, dat het niet meer uit zijn woorden komt en begint te stotteren. Dit is heel normaal voor kinderen tussen het vierde en zesde levensjaar en wordt ook wel pseudo-stotteren genoemd. Dit gaat vanzelf over. In tegenstelling to echt stotteren of broddelen. Deze spraakstoornissen verdwijnen niet vanzelf.

‘Waarom?’ lijkt het favoriete woord van je peuter op deze leeftijd. Hij weet alles weten en luistert aandachtig naar het antwoord. Hier leert je kind veel van, ook op het gebied van taalontwikkeling.

Op deze leeftijd kunnen peuters nog moeite hebben met het uitspreken van sommige medeklinkers. Vooral met de R en de S . De R wordt vervangen door een J,W of L of weggelaten en de S wordt meestal slissend uitgesproken. Dit komt omdat de mondmotoriek nog niet genoeg ontwikkeld is.

Je kind:

  • kent nu ongeveer 600 woordenvraagt heel vaak ‘waarom?’
  • vertelt veel verhalen
  • kan pseudo-stotteren (dit is tijdelijk stotteren en komt vaak doordat kinderen veel beleven en daardoor veel willen vertellen, maar niet altijd weten op welke manier of met
    welke woorden)
  • heeft nog wel wat moeite met zinsbouw