Vanaf ongeveer de tweede verjaardag zal je zoon of dochter steeds beter te verstaan zijn door de omgeving. Vooral de medeklinkers kan je kind steeds beter uitspreken. Dubbele klinkers kan je kind nu ook zeggen, al worden deze nog wel eens omgekeerd uitgesproken (weps in plaats van wesp). Ook maakt je kind steeds langere zinnen van wel drie tot vijf woorden.
Het begrip van grammatica wordt steeds beter. Je kind begint nu hele verhalen te vertellen, al lijkt het niet altijd even samenhangend. Je kunt je peuter helpen door gerichte vragen te stellen over het verhaaltje, zoals: ‘ Met wie speelde je toen?’.
Is je kind aan het spelen, dan wordt daar waarschijnlijk gezellig bij gekletst. Zo oefent je kind spelenderwijs het praten. Jij kunt ook met je peuter oefenen door voor te lezen en samen over van alles en nog wat te praten. Bijvoorbeeld over wat je in de omgeving ziet. Maak je hierbij expres een fout in de uitspraak dan zal je kind het heel grappig vinden om jou te verbeteren.