Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Ontwikkeling van je 3-jarige

Ontwikkeling van je 3-jarige
Je 3-jarige begint aan zijn laatste peuterjaar. Hij mag nog lekker klein zijn en hoeft nog niet zoveel. Een uitgebreid overzicht van zijn ontwikkeling.

Taal

Je peuter kan nu redelijk goed praten en maakt zinnetjes van 3 tot 5 woorden. Hij vindt het zelf erg leuk om nieuwe woorden of zinnen uit te proberen. Niet elke zin begint meer met 'Ikke hebbe' of 'Ikke boos'. In plaats daarvan hoor je misschien: 'Mag ik een koekje?' Je peuter krijgt meer gevoel voor tijd. Hij begrijpt al iets van het verschil tussen gisteren en morgen. Al gaat hij er nog wel eens de mist mee in. Over 3 dagen wordt dan morgen, want dan gaat hij naar oma en dat wil hij zo graag. Hij maakt een begin met het vervoegen van werkwoorden. Zo vertelt hij:' Ik valde op de grond en heb pijn'. En hij probeert ook iets extra's aan een woord toe te voegen. Hij wil bijvoorbeeld 'veler eten' op zijn bordje. Aan het eind van het 3e jaar kun je al 'waarom en hoe dan'-vragen van je peuter verwachten.

Groei

Je peuter is nu ongeveer 95 centimeter lang en weegt vijftien kilo. Zijn spieren zijn sterker, waardoor hij beter kan rennen en klimmen. Het evenwicht is ook beter, dus hij valt minder vaak. Dat zijn fijne motoriek steeds beter wordt, kun je goed zien aan de tekeningen die hij maakt. Het zijn geen krassen meer, maar tekeningen van een hoofd met armen en benen er direct aan, de zogenaamde koppoters. Door tekenen leert je peuter ook goed kijken. Het luk hem waarschijnlijk ook om knopen dicht te doen en zijn ritssluiting open te maken.

Zindelijkheid

Door betere spierbeheersing is je kind er nu in principe aan toe om zindelijk te worden. De beheersing over de sluitspieren begint vanaf een jaar of 2,5. Hij is dan technisch in staat om zijn plas en ontlasting op te houden en te melden dat hij nodig moet. Lang niet alle 3-jarigen zijn zindelijk. Sommigen worden dat pas een jaar later en andere hebben nog ongelukjes, als ze al op de basisschool zitten. Bij een 3-jarige kan angst meespelen om de ontlasting te verliezen, omdat hij dat ziet als een deel van hemzelf.

Met gevoelens omgaan

Je peuter zal zijn ergste peuterbuien dit jaar kwijtraken. Dit is een geschikte tijd om je kind te leren hoe hij met boze gevoelens om kan gaan. Juist omdat hij vaak boos wordt, bijvoorbeeld als iets niet lukt, krijgt hij veel kansen om met jouw hulp te oefenen. Peuters zijn niet alleen vaak boos, maar ook vaak heel enthousiast en uitgelaten. Ook daarin weten ze niet altijd maat te houden. Draaft je peuter erg door, dan kun je hem stoppen door hem rustig bij je te nemen of door een rustig spelletje met hem te doen.

Geweten

Het geweten van een peuter is volop in ontwikkeling. Aan het eind van dit jaar heeft hij meer besef van dingen die wel en niet mogen. Om te weten en te onthouden wat wel en niet mag, heeft je peuter een geheugen nodig. Geheugen wordt voor een deel gevormd met behulp van taal. Dus als zijn taalontwikkeling vooruitgaat, groeit zijn geweten mee. Per dag leert hij nieuwe dingen bij. Toch zal het nog een tijd duren, voordat hij zich ook aan de regels kan houden. Voor het ontwikkelen van een geweten is inlevingsvermogen nodig en dat heeft je peuter nu nog niet. Dit gaat namelijk slecht samen met jezelf het middelpunt vinden. Hij is nog lekker onbezorgd. Gun hem dat -met mate- en hou hem nog goed in de gaten.

Angst

Je peuter lijkt groot en flink, maar kan nog vaak bang zijn. Hij kan last hebben van zijn eigen fantasie. Voor hem kunnen dingen, die in werkelijkheid niet kunnen, levensecht zijn. Hij kan bang zijn om door het afvoerputje van het bad gezogen te worden als jij de stop er uit trekt. Als middelpunt van de wereld kan hij zich heel machtig voelen. Dat heeft ook nadelen. Misschien is opa ziek geworden door hem. Want hij was toch laatst boos op opa?
Een peuter droomt veel. Het helpt hem zijn ervaringen van de dag te verwerken. Door zijn magische denken zitten er ook enge dromen bij, waar hij wakker van schrikt. Of hij droomt zo vaak over enge dingen, dat hij maar liever helemaal niet meer gaat slapen.

Uitproberen

Je peuter weet steeds meer en kan zich beter in woorden uitdrukken. Die kennis gaat hij ook in zijn eigen voordeel gebruiken. Hij kan bijvoorbeeld doen alsof hij bang is, in de hoop dat hij niet hoeft te slapen. Dat een kind steeds meer zelf kan, en dus minder afhankelijk is van anderen, hoort bij zijn ontwikkeling. Hij is het middelpunt, dus hoort hij ook de baas te zijn. Dat probeert hij uit.

Ruziemaken

Kinderen kunnen flink ruziemaken. Toch heeft al dat geruzie ook zin. Kinderen maken ruzie om hun positie ten opzichte van elkaar te bepalen of hun speelgoed te beschermen. De ruzie klinkt vaak ernstiger dan het is. Als jij aan het bijkomen bent van de schrik, zijn de kinderen meestal allang weer samen aan het lachen en spelen.

Verwennen

Je peuter kan al veel zelf, dus hoef je niet meer alles voor hem te doen. Hij kan nu ook verwend worden, omdat hij je beter kan bespelen. Je verwent je kind als je hem op zijn wenken bedient. Verwennen is ook als je toegeeft, omdat hij anders veel kabaal gaat maken. Verwennen kan ook betekenen dat je elk obstakel voor hem uit de weg ruimt. Maar zonder obstakels krijgt hij geen kans om te leren met tegenslag om te gaan. Tegenslag hoort erbij.

Belonen en corrigeren

Als je peuter iets doet wat je leuk vindt, geef je hem een complimentje of een aai over zijn bol. Maar je moet ook ingrijpen als hij te ver gaat. Wees in beide gevallen duidelijk. Vertel je peuter wat je goed of leuk vindt en waarom dat zo is. Opmerkingen als 'Doe niet zo vervelend', 'Hou eens op' zijn te vaag voor je kind om er iets van te kunnen leren. Dus kan hij ook niet goed reageren. Het is duidelijker als je zegt:'Ik vind het vervelend als je zoveel lawaai maakt, want papa en mama kunnen elkaar niet meer verstaan.'

Spelen

Je peuter kan steeds uitgebreider spelen, omdat hij zijn handen en vingers goed kan gebruiken. Hij begrijpt eenvoudige spelletjes, die je samen met hem doet. Je peuter kan een ketting rijgen met grote kralen of van klei eenvoudige figuurtjes maken. In de speeltuin kan hij meer dan vorig jaar. Zoals op een lage schommel of wip zitten of van een niet al te hoge glijbaan. Hij vindt veel dingen leuk en spannend en zal genieten van de uitstapjes die jullie maken.
De peutertijd is daarmee ook vooral een leuke tijd, waarvan je samen met je kind kunt genieten!