Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Motoriek van peuters

Motoriek van peuters
Hoe ontwikkelt de grove en fijne motoriek zich? Welke motorische ontwikkeling maakt je peuter door tussen de 2 en 4 jaar?

2 - 3 jaar

Je kind bouwt nu zijn basale motoriek verder uit. Hij gaat steeds beter rennen, springen en klimmen. Het is daarbij van groot belang om kinderen zoveel mogelijk ongehinderd hun gang te laten gaan. Laat hem vooral niet te veel binnen spelen. Buiten zijn de mogelijkheden om te rennen, klimmen en lekker te ravotten veel groter.

Door veel te bewegen, leren kinderen inschatten, wat hun mogelijkheden zijn. Ze ervaren dat ze best van een boomstronk op de grond kunnen springen en dat – aan mama’s hand - over een omgevallen boom lopen, een koud kunstje is.

Het evenwichtssysteem, de tastzin en het houdings- en bewegingsgevoel van kinderen wordt steeds verder uitgebouwd. Je peuter kan nu bijvoorbeeld in een stilstaande trein vaststellen, dat niet hijzelf beweegt, maar de trein waar hij naar kijkt.

Ook kan je kind nu goed het verschil voelen tussen een helling en een vlak stuk weg en daar zijn lichaamshouding op aanpassen. Veel kinderen zullen het nu leuk vinden om liedjes met bewegingen (‘In de maneschijn’) te leren, op stoelen en tafels te klimmen, of zonder hulp van de glijbaan af te gaan.

3 - 4 jaar

Tegen de tijd dat je kind naar groep 1 gaat, kan het verbazingwekkend veel: op een driewielertje of een fietsje met zijwieltjes fietsen, z’n eigen schoentjes aantrekken, even op een been staan, een eenvoudige koprol maken en hinkelen (of iets wat daar voor door moet gaan).

Kinderen die hun eigen lijfje in voorgaande jaren goed hebben leren kennen, zullen nu graag bewegen. Ze dansen, rennen, voetballen, huppelen, springen en klimmen. Als ouder hoef je nu eigenlijk alleen maar te zorgen, dat je kind de ruimte krijgt.