Alles over de pedagogische uitgangspunten en de geschiedenis van Daltononderwijs.
Het Daltononderwijs heeft 3 pedagogische uitgangspunten:
Vrijheid in gebondenheid: Vrijheid betekent in het Daltononderwijs: kunnen omgaan met verantwoordelijkheid. De docent en de leerling maken samen afspraken over de leerstof. Achteraf legt de leerling verantwoording af aan de docent. De rol van de docent is op Daltonscholen meer coachend en begeleidend en minder gericht op puur kennisoverdracht.
Zelfstandigheid: Het Daltononderwijs wil kinderen vormen tot volwassenen die zelfstandig kunnen denken en handelen. Daarom wordt op Daltonscholen veel zelfstandig gewerkt.
Samenwerking: Als volwassene moet je kunnen samenwerken. Ook met mensen die je niet zelf uitkiest. Op Daltonscholen wordt dan ook veel aandacht besteed aan het werken en spelen in groepjes.
Geschiedenis van het Daltononderwijs
De Amerikaanse pedagoog Helen Parkhurst (1887-1973) is de grondlegger van het Daltononderwijs. Als schoolkind vond ze het moeilijk om stil te zitten en te luisteren, oefenen en te herhalen. In 1905 werd zij lerares op een basisschool en besloot ze het anders te doen.
Ze gaf les aan een klas van zo’n 40 leerlingen met verschillende leeftijden en niveaus. Ze werkte niet met een lesrooster. In plaats van vaste leerprogramma’s konden de kinderen uit de aangeboden leerstof hun eigen leerprogramma maken. Van 1913 tot 1915 werkte Parkhurst in Italië samen met Maria Montessori. Toen ze weer terug was in de VS bracht ze haar uitgewerkte ideeën verder in de praktijk.
In 1918 ontmoette Parkhurst de welgestelde familie Crane uit de stad Dalton. Ze gaf daar les aan de vrouw des huizes. Met financiële steun van de familie Crane opende Parkhurst in 1919 The Children’s University School in New York. Een jaar later werd deze school omgedoopt tot The Dalton School (naar de woonplaats van de geldschieters van Parkhurst). In 1928 startte de eerste Daltonschool in Nederland.