Als de baby er eenmaal is, is het volgens Verdurmen de kunst om de oudste bij z’n broertje of zusje te betrekken. ‘Bombardeer hem tot ‘grote broer’ die ‘zo goed kan helpen’. Laat ‘m de billendoekjes aangeven, een knuffel pakken. Zo geef je hem het idee dat hij een grote jongen is die kan helpen de baby te vertroetelen.’
Na zo’n opdracht is het belangrijk om, als de baby slaapt of in de box ligt, iets leuks met hem te doen. ‘Kondig dat op een voor hem begrijpelijke manier aan. Een woord als ‘straks’ zegt hem niets, maar als je zegt dat je iets met hem gaat doen zodra zijn zusje haar fles leeg heeft of als ze slaapt, ben je heel duidelijk. Daarmee geef je je kind een controlepunt én laat je merken dat je ‘m heus niet vergeten bent.’