Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Kinderen en nachtmerries

Kinderen en nachtmerries
Nachtmerries in de peuter- en kleuterleeftijd zijn heel normaal. Kinderen van alles mee en denken overal over na, terwijl ze vaak net niet helemaal snappen hoe het zit.
Hilde Marx, pedagoge: “Peuters maken nog geen onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie en nemen alles letterlijk. Als oma in de tuin mompelt dat ‘die vreselijke slakken alles opeten’, kan een drie- of vierjarige die tuin gaan mijden uit angst door de slakken opgegeten te worden. Of: als een ballon lekgeprikt kan worden, denkt je kind, dan kan ik ook leeglopen.

Dankzij dit zogenoemde ‘magisch denken’ is de wereld voor peuters en kleuters erg spannend. Enge dromen zijn een middel om die spanningen te verwerken.
Is je kind totaal in paniek, lijkt ze ontroostbaar en nauwelijks wakker, dan kan er sprake zijn van ‘nachtangst’.

Het verschil met nachtmerries is dat deze – onschuldige - nachtangsten alleen in de avond voorkomen, tot zo’n 3 uur na het inslapen. Ze zijn het gevolg van een zich ontwikkelend zenuwstelsel. Wakker maken heeft geen zin. Blijf rustig bij je kind zitten. Na een minuut of tien slaapt zij vanzelf weer rustig verder zonder het zich te herinneren.

Zeg na een nachtmerrie liever niet tegen je kind dat het onzin is wat je kind droomde, dat het niet echt is of dat je kind zich niet aan moet stellen. Daarmee neem je haar niet serieus. Voor haar is het wél echt. Bevestig dat het eng is wat ze droomde. Je kunt je kind troosten door haar gerust te stellen, houd haar vast, zeg: ‘ik ben bij je’, zing een liedje, geef een slok water of blijf bij haar tot ze in slaap is, net wat bij jullie past.”

2-3 jaar: monsters verjagen

Op deze leeftijd komen kinderen steeds meer buitenshuis. Ze gaan voor het eerst naar de peuterspeelzaal of beginnen zonder papa en mama bij andere kinderen thuis te spelen. Al die belevenissen zijn voer voor dromen.

Ze beginnen bovendien steeds meer te beseffen dat ze een ‘eigen persoontje’ zijn. Overdag levert dat dwars gedrag op, maar ’s nachts, alleen in bed, is er van die dapperheid natuurlijk weinig over. Dan kan je kind denken: ‘Als ze me maar niet wegdoen’ en daarvan dromen.

Ook ontwikkelt je kind op deze leeftijd zijn fantasie. Hij ziet plotseling enge beesten in de schaduwen op de muur en begint van monsters, heksen en enge situaties te dromen. Deze fantasie is echter gelijk een grote kracht van je kind die je kunt gebruiken om die monsters te verjagen. Sommige kinderen vinden het geweldig als je ‘de monsters’ door het open raam naar buiten jaagt. Of als papa de krokodil onder het bed vandaan trekt, hem de trap af gooit en daarna via de voordeur naar buiten smijt.

Als je kind niet zo meegaat in zulke spelletjes, omdat je die nooit met hem speelt of omdat hij er niet van houdt, moet je dat natuurlijk niet doen. Hij zal je aankijken of je gek geworden bent. De deur op een kier, een nachtlampje en een vast bedritueel vormen ook een bezwering tegen onrust en dromen. Bouw de dag langzaam af, doe geen drukke spelletjes vlak voor het slapen. Geef je kind bijvoorbeeld een warm bad, daarna even Sesamstraat kijken, tanden poetsen, boekje lezen en slapen.

3-4 jaar: ander einde bedenken

Als je vermoedt dat er meer aan de hand is, bijvoorbeeld omdat je kind zoveel nare dromen heeft dat hij er overdag moe van is, ga dan eens na waarom hij zoveel te verwerken heeft. Een verhuizing, een nieuwe school, de komst van een babybroertje of –zusje, een ziek familielid of spanningen tussen jou en je partner misschien.

Kinderen hebben voelsprieten voor het verzwegene. Het beste is om op kinderniveau uit te leggen wat er speelt. Monsters in nachtmerries zijn vaak symbolen voor onbegrepen gevoelens. Kinderen denken ook snel dat conflicten thuis hun schuld zijn.

Droomt je kind gewoon veel en heeft hij daar last van, bedenk dan samen een oplossing. Hang een dromenvanger boven zijn bed, maak een toverdrankje tegen dromen – bijvoorbeeld van melk met roosvicee, ‘werkzaam gemaakt met behulp van een spreuk en een toverstaf’ – of vraag je kind of hij zelf een oplossing weet.

Zelfbedachte oplossingen vergroten het zelfvertrouwen. Net als nadromen: samen overdag de droom bespreken en van een ander einde voorzien. Stel je voor dat je kind superkrachten had, en weg kon vliegen zodra de nachtmerriemonsters er aan kwamen...