Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Kinderangsten

Kinderangsten
Peuters en kleuters leven in een magische wereld waarin alles kan. Die fantasie kan leuke beelden oproepen, maar ook enge beelden. Hoe ga je hier als ouder mee om?
Wat je kind verzint, op de televisie ziet of uit een sprookjesboek voorgelezen krijgt, is net zo echt als wat hij om zich heen ziet. Het denkvermogen van je kind is namelijk nog niet zover ontwikkeld dat hij fantasie en werkelijkheid kan scheiden.

Ook kan je kind nog niet begrijpen wat er om zich heen gebeurt en hoe dingen werken. Daarvoor gebruikt je kind zijn fantasie: je peuter verzint zelf oplossingen en geeft betekenissen aan dingen die hij nog niet begrijpt, maar legt daarbij vaak verbanden die niet kloppen.

Een beroemd voorbeeld is dat je kind bang is 'door het badputje weggespoeld te worden'. Want, zo luidt de kleuterlogica: 'als er water door het putje wegspoelt, dan kan dat met mij ook gebeuren'. Zo kan bijvoorbeeld ook een klein sneetje in de vinger leiden tot grote paniek, omdat 'ik nu leegloop als een ballon'.

Uitgesproken fantasie

Veel kinderen beschikken over een uitgesproken fantasie en een sterk voorstellingsvermogen. Die fantasie kan leuke beelden oproepen, zoals de goede fee die je kind 'omtovert tot een mooie prinses', maar ook enge beelden.

De goede fee verandert plotseling in een grote boze heks. In beide gevallen is de heks of fee levensecht voor je kind. Angsten ten gevolge van deze eigen, levendige fantasie, kunnen voor komen vanaf ongeveer 3 jaar.

Het hoogtepunt ligt tussen de 4 en 5 jaar. Kinderen hebben op die leeftijd al heel wat beelden en herinneringen in hun hersens opgeslagen, die ze kunnen oproepen en waar ze door 'overspoeld' kunnen worden. Vanaf 6 jaar is het denkvermogen zover ontwikkeld, dat hij scheiding kan maken tussen werkelijkheid en fantasie.

Neem je kind serieus

Door de fantasie van je kind serieus te nemen kun je je kind helpen bij zijn angst. Stel, je kind zegt dat hij bang is voor krokodillen onder zijn bed. Ontkennen heeft dan geen zin, want voor je kind lígt die krokodil er echt. Je negeert hiermee zijn fantasie en daarmee de angst die deze oproept. Dat op zichzelf kan al angstverhogend werken.

Je helpt je kind veel meer door onder het bed te kijken en de krokodil resoluut weg te jagen. Je verplaatst je dus in je kind en helpt hem de angstige situatie op te lossen. Deze methode werkt zodra je kind jou kan uitleggen waar hij bang voor is.

Het is belangrijk dat je niet té ver meegaat in de fantasie van je kind, door bijvoorbeeld te roepen: 'Oh jeetje, wat een vreselijk enge krokodil!'. Daarme versterk je de angst. Dan denkt je kind: 'Zie je wel, mama is er ook bang voor.' De kunst is om angst klein te houden en niet groter te maken door er te veel aandacht aan te besteden.

Slaaptips

  • Laat een lichtje aan in de slaapkamer en/of zet de deur op een kier
  • Laat geen hoopjes kleding in het zicht liggen: die vage contouren veranderen in het halfdonker gemakkelijk in monsters
  • Gebruik bij voorkeur geen té druk slaapkamerbehang: je kind kan er 'enge' figuren in zien
  • Ga eens in het bed van je kind liggen om te zien wat hij allemaal ziet. Misschien zijn er wel enge schaduwen
  • Geef een 'beschermknuffel' meer naar bed
  • Hou je elke avond aan hetzelfde bedritueel
  • Lees eerst de voorleesboeken zelf. Dan kun je beoordelen of je kind er al 'aan toe' is.
  • Vraag waar je kind over wil dromen. Verzin samen iets leuks en moois
  • Hou toezicht op wat je kind ziet op de televisie: indringende en enge beelden ervaart hij als echt