Sommige peuters hebben regelmatig een nachtmerrie: een angstige droom waaruit ze compleet overstuur wakker worden. Het beste kun je je kind dan geruststellen, hem erover laten vertellen als hij dat wil, en hem een slokje water geven.
Misschien ben je geneigd te zeggen dat er niks aan de hand is: ‘Ga maar weer lekker slapen.’ Maar dat laatste valt niet mee als je peuter ervan overtuigd is dat het monster uit de droom straks grijnzend terugkomt. Peuters kunnen fantasie en werkelijkheid nog niet goed uit elkaar houden. Probeer de fantasie van je kind serieus te nemen zonder dat je de droom ‘overneemt’. Vraag bijvoorbeeld details over het monster, maar vul ze niet zelf in. Wat ook kan helpen: jaag het monster samen de deur uit. Blijf daarna bij je kind totdat hij weer rustig slaapt. Neem hem liever niet bij je in bed: je kind denkt dan dat zijn eigen kamer geen veilig plekje is.
Nare dromen komen vaker voor als je kind koorts heeft, in een warme kamer slaapt, te veel en te laat heeft gegeten of een heel drukke dag heeft gehad. Een rustig slapengaan-ritueel helpt om enge dromen te voorkomen. En laat je peuters favoriete knuffel lekker bij hem in bed slapen.
Komt een bepaalde nare droom steeds terug, praat er dan overdag eens samen over, als de droom nog ver weg is. Vraag of je kind kan uitleggen wat er precies gebeurt in dromenland. Bedenk samen een prettige variant: de enge reus die je kind probeert te pakken is door een lieve fee omgetoverd in een wollig poesje of mooie zwaan die niemand kwaad doet.