Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Dromen

Dromen
Vanaf een jaar of 3 kunnen kinderen aangeven dat ze dromen. Wat doe je als je kind naar heeft gedroomd?
Sommige peuters hebben regelmatig een nachtmerrie: een angstige droom waaruit ze compleet overstuur wakker worden. Het beste kun je je kind dan geruststellen, hem erover laten vertellen als hij dat wil, en hem een slokje water geven.

Misschien ben je geneigd te zeggen dat er niks aan de hand is: ‘Ga maar weer lekker slapen.’ Maar dat laatste valt niet mee als je peuter ervan overtuigd is dat het monster uit de droom straks grijnzend terugkomt. Peuters kunnen fantasie en werkelijkheid nog niet goed uit elkaar houden. Probeer de fantasie van je kind serieus te nemen zonder dat je de droom ‘overneemt’. Vraag bijvoorbeeld details over het monster, maar vul ze niet zelf in. Wat ook kan helpen: jaag het monster samen de deur uit. Blijf daarna bij je kind totdat hij weer rustig slaapt. Neem hem liever niet bij je in bed: je kind denkt dan dat zijn eigen kamer geen veilig plekje is.

Nare dromen komen vaker voor als je kind koorts heeft, in een warme kamer slaapt, te veel en te laat heeft gegeten of een heel drukke dag heeft gehad. Een rustig slapengaan-ritueel helpt om enge dromen te voorkomen. En laat je peuters favoriete knuffel lekker bij hem in bed slapen.
Komt een bepaalde nare droom steeds terug, praat er dan overdag eens samen over, als de droom nog ver weg is. Vraag of je kind kan uitleggen wat er precies gebeurt in dromenland. Bedenk samen een prettige variant: de enge reus die je kind probeert te pakken is door een lieve fee omgetoverd in een wollig poesje of mooie zwaan die niemand kwaad doet.

Slaapwandelen

Als een kind slaapwandelt, dan droomt hij niet. Slaapwandelen doet een kind namelijk tijdens de non-REM-slaap. Niet zo vreemd: een kind dat z’n bed uitstapt en door het huis zwerft, moet behoorlijk diep in slaap zijn! Over de oorzaak van slaapwandelen is weinig bekend, maar kwaad kan het in elk geval niet - zolang de omgeving maar veilig is. Om ongelukken te voorkomen, kan je zus zorgen voor een traphekje, gesloten buitendeuren en afgeschermde tafelpunten. Wek een slaapwandelend kind liever niet: dat verstoort alleen maar zijn slaap. Leid ‘m voorzichtig weer naar zijn bed. Vaak gaat slaapwandelen na een tijdje vanzelf weer over. En ’s ochtends kan je kind zich er niets van herinneren.

Dromen in fases

Je kind droomt niet de hele nacht door, maar in de fases. Als we slapen wisselen verschillende fases elkaar af: die van diep slapen – de non-REM-fase – en die van lichter slapen: de REM-fase. (REM staat voor Rapid Eye Movement, snelle oogbewegingen.) Tijdens de lichtere REM-slaap dromen we. Wie in deze fase wakker wordt, kan zich zijn droom meestal nog herinneren. Naarmate de nacht vordert, is de periode van diep slapen korter en de remfase langer. ’s Ochtends dromen we dus het meest. Kinderen hebben meer REM-slaap dan ouderen, omdat ze meer nieuwe indrukken opdoen en dus meer te verwerken hebben. Je kind bevindt zich ’s nachts zeker een keer of vijf in dromenland.

Nachtmerries

Moet je je zorgen maken als je kind vaak nachtmerries heeft? Als je kind zo af en toe een nachtmerrie heeft, is dat geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft weleens tegenslagen of angsten - dat hoort bij de ontwikkeling. Maar als je kind vaak heftige nachtmerries heeft, is er ongetwijfeld iets vervelends wat hem dwarszit. Dromen geven namelijk aan waar je kind in zijn gevoelsleven druk mee bezig is.

Zoeken naar de onderliggende reden van de nachtmerries doe je door te praten met je kind en na te gaan of er iets is voorgevallen. Heeft hij misschien moeite met zindelijk worden of is hij voor het eerst naar de peuterspeelzaal gegaan? Kijk ook of zijn gedrag overdag veranderd is. Komen jullie er samen niet uit en blijf je je zorgen maken? Vraag dan eens advies aan een opvoedkundig steunpunt, een pedagoog of een psycholoog.