Na het consultatiebureau zijn er drie standaard contactmomenten waarop een kind de jeugdarts bezoekt. Dat is in groep 2, groep 6 of 7 van de basisschool en in de eerste of tweede klas van het voortgezet onderwijs.
Naast de vaste contactmomenten, kunnen leerkrachten ook in overleg met de ouders van het kind beslissen, dat het verstandig is om tussendoor de schoolarts te bezoeken. Bijvoorbeeld als de leerkracht het vermoeden heeft dat het kind niet goed hoort. De jeugdarts onderzoekt dan of er problemen zijn met het gehoor, en verwijst eventueel door naar de huis- of KNO-arts.
Als de docent het kind wil laten onderzoeken door een jeugdarts, dan moet hij dat overleggen met de ouders. Alle dingen die tijdens een consult besproken en onderzocht worden, mag de jeugdarts niet zomaar, zonder toestemming van de ouders, doorgeven aan de leerkracht. Een jeugdarts heeft net als andere artsen beroepsgeheim.
Jeugdartsen onderzoeken kinderen tot 12 jaar altijd met toestemming van de ouders. Ouders kunnen ook zelf contact opnemen met een jeugdarts. Bijvoorbeeld als zij vragen hebben over de opvoeding.