Als amandelen de hoeveelheid binnenkomende ziekteverwekkers niet aankunnen, kunnen ze ontstoken raken, waardoor ze opzwellen. Bij de neusamandelen kan dit zorgen voor een voortdurende neusverkoudheid, slecht kunnen slapen, snurken, veel door de mond ademen en oorontstekingen. Als de keelamandelen opspelen kan dit keelpijn en slikklachten geven en zelfs moeheid, hangerigheid, slechte eetlust en slechte adem teweegbrengen. Zeer grote keelamandelen kunnen zelfs de ademhaling belemmeren.