Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Zwanger Box

Weer zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.
Delen via

Slaapkamer delen

Slaapkamer delen
Samen op één kamer, goed idee of niet? En wat als je klein behuisd bent en dus geen andere keuze hebt? Je leest hier de meest gestelde vragen, mét antwoorden.
Samen op één kamer betekent samen delen en rekening houden met een ander, want als de een er een troep van maakt, heeft de ander daar last van. Scheelt weer een hoop lessen als hij naar de basisschool gaat, want daar moet hij leren delen met 30 andere kinderen.

Wanneer kies je er niet voor?

Vanwege de nachtelijke huiluurtjes of voedingen is het niet aan te raden een baby samen met een ouder kind op een kamer te laten slapen. Hetzelfde geldt als een van je kinderen meer zorg nodig heeft dan de ander (door bijvoorbeeld een autistische stoornis, chronische ziekte of een handicap).

Liggen de leeftijden te ver uit elkaar (bijvoorbeeld 8 jaar en 2 jaar)? Dan is het misschien ook geen goed idee. De jongste is natuurlijk ‘véél te kinderachtig’ en je hebt kans dat de oudste de jongste te veel gaat bemoederen.

Wanneer geef je ze weer een aparte kamer?

Vraag je kinderen individueel hoe ze het slapen op één kamer ervaren. Als het niet erg botert, zullen ze dat waarschijnlijk allebei aangeven. Houd ze in elk geval niet krampachtig bij elkaar in de hoop dat ze de beste vrienden worden. Er is niets mis met een beetje afstand (mits je de ruimte hebt natuurlijk).

Wat doe je als je weinig keuze hebt?

In dat geval is het roeien met de riemen die je hebt. Om ze wat meer privacy te gunnen, kun je een afscheiding maken met een kamerscherm of een gordijn. Verdeel de kamer letterlijk in tweeën: dit versterkt hun eigen identiteit (én hun gevoel van smaak).

Een hoogslaper zorgt ook voor een eigen plekje waaronder je kind zijn eigen speelgoed kan opbergen.

Wat doe je als de kinderen elkaar wakker houden?

De meeste kinderen kletsen en lachen echt niet tot 5 uur ’s ochtends met elkaar. Zeker met een strak basisschoolregime gaat uitslapen niet en kinderen raken het snel zat als ze elke dag chagrijnig wakker worden. Meestal gaat het om een kwartiertje kletsen.

Om een mogelijke avonddrukte voor te zijn, kun je zorgen dat de avond rustig eindigt (niet met cola, geen drukke tv-programma's of computerspelletjes, geen moeilijke, diepgaande gesprekken). Laat de dag langzaam overgaan in rust.

Maakt de sekse van de kinderen wat uit?

Meestal geldt: hoe minder verschillen tussen kinderen er zijn, hoe beter het gaat. Dus vaak is het beter om jongens met jongens en meisjes met meisjes op één kamer te laten slapen.

Moet je ze tegelijk of juist op aparte tijden op bed leggen?

Bij een klein leeftijdsverschil maakt dat niet zo uit. Maar voor oudere kinderen werkt het goed als ze de privileges ervaren van ‘de oudste’ zijn. Dus laat de oudere broer of zus toch wat later (al is het maar 10 minuten) naar bed gaan. Of spreek met hem af dat hij nog even mag lezen (met zo’n handig leeslampje).

Kinderen ontwikkelen al heel vroeg een rechtvaardigheidsgevoel: ‘Het is niet eerlijk als hij even laat naar bed mag als ik!’ Bovendien: oudere kinderen hebben minder slaap nodig dan jongere, zo voorkom je dus dat hij al om 5 uur ’s ochtends klaarwakker aan je bed staat.

Wat doe je met kinderen die niet meer zonder elkaar kunnen?

Sommige kinderen krijgen zo’n hechte band dat ze alleen kunnen slapen zolang ze de ademhaling van de ander horen. Dit kun je afremmen door ze vaker uit logeren te sturen. Let er bij extreem close slaapkamerduo’s ook op dat het oudste kind de jongste niet gaat bemoederen (bijvoorbeeld altijd de knuffel oprapen, zusje lekker instoppen of slaapliedjes zingen). Dat merk je overdag snel genoeg aan andere dingen.

Gelukkig zijn de meeste kinderen lekker egocentrisch en zullen ze niet heel snel de taak van de troostende opvoeder op zich nemen.